Februaricolumn uit De Riepe, de straatkrant van Noord-Nederland

Het G-woord

Kerkgangers zijn gewoon elkaar voor de kerkdeuren te begroeten met ‘goedemorgen’. Of het nou buren, collega’s of kennissen zijn, op zondagochtend krijgt de relatie plotseling een formele lading.
Eigenlijk wel mooi. De gang naar het heilige altaar kun je natuurlijk moeilijk beginnen met ‘Alles kits?’ of ‘Hoe is het nou?’
In de zes overige dagen van de week is de ochtendgroet een verplicht ritueel, waar eigenlijk niet aan te ontkomen valt. Vooral de werkvloer is berucht. Er zijn er bij die hun veronderstelde plicht héél opgewekt héél serieus nemen: ‘Góedemorgen!’, hoor je dan plotseling achter je. Anderen spreken extra langzaam, leggen de klemtoon wat hoger in de eerste lettergreep en laten het daarna lekker waaien. Hoor er een een-tweetje in: ‘mór-gee’.
Sommige mensen zeggen binnensmonds ‘mogge’. Het klinkt redelijk onverstaanbaar, waarmee de afschuw jegens de gegroete meteen is geventileerd. Uiteraard is er altijd nog een restcategorie die het niet laten kan. Ze roepen afwisselend ‘goeiesmorgens!’ en ‘goeiemoggel!’ en hebben er duidelijk weer zin in.
Het g-woord is een ongemakkelijk woord, waarmee ik al jaren moeite heb. Ik heb ook moeite met woorden als ‘lunch’, ‘pasta’ en ‘kamermuziek’, maar die hoef ik gelukkig vrijwel nooit uit te spreken. Hoewel, een overspannen zinsnede als ‘een eenvoudige pasta’ is zo ergerlijk, dat het weer leuk is.
Door mijn obsessie met het g-woord dreigde ik bij één van mijn werkgevers behoorlijk in het nauw te komen. Al jaren zeg ik afwisselend ‘hoi’, ‘moi’, ‘hé’ of ‘hallo’ tegen collega’s die ik elke ochtend en de ochtend daarna weer zie.
Dat werd niet meer getolereerd. Ik kreeg een mailtje van de chef (‘Goedemorgen Jaap’), waarin stond dat ik geacht werd mijn collega’s ‘met gepaste vriendelijkheid’ tegemoet te treden.
Volgzaam als ik ben heb ik dus lang nagedacht over de meest sobere en eerlijke begroeting. Achtereenvolgens passeerden ‘morgen’, ‘goededag’ en ‘een goede’ de revue. Daarna heb ik uren voor de spiegel gestaan om de meest vriendelijke knik te oefenen. Wie zwijgt stemt immers toe.
Het heeft niet geholpen. Het g-woord kwam niet over mijn lippen, zodat ik de antwoorden op mijn vriendelijk groetende collega’s schuldig bleef. Ik heb dus maar ontslag genomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *