Boek: Nûmers (2004)

 

Nûmers

Nummer negen (vertaling)

Maandag, tussen de middag

Hij was thuisgekomen met een rood hoofd en een bonzend hart. In zijn jaszak zat een pakje dubbele voetbalplaatjes, maar in zijn hand hield hij haar poesiealbum. Ze had het hem stiekem gegeven toen hij naar huis wilde. Toen ze het gaf, lachte ze niet. Ze keek naar hem – eventjes wist hij niet hoe hij het had. Snel was hij naar huis gerend.
Toen hij thuiskwam, had hij zijn jas op de vloer gegooid. Zijn moeder mopperde nog, maar hij hoorde het niet.
Hij en het poesiealbum.
Het album lag op het tafelblad.
Hij keek ernaar.
Toen ging hij aan tafel zitten.
Zijn moeder riep uit de keuken dat hij eerst dunne potloodstreepjes moest trekken, om de regels recht te houden. Of anders met zijn nagels. Ze wist ook nog wel wat rijmpjes, riep ze erachteraan.
Hij hoorde het maar half – hij dacht aan haar vreemde glimlach van zo-even op het drukke schoolplein.
Hij had iets van haar gekregen. Dat was heel apart. Ze had hem lang aangekeken. Dat was ook heel apart.
Hij stond op van zijn stoel en pakte een pen en een potlood. En een liniaaltje.
Hij zag het vierkante album weer liggen op de grote tafel. Voor hem lag een meisjesding, dacht hij. Ja, ze had een meisjesding aan hem gegeven.
Hij ging weer zitten.
Toen hij het opende, keek hij naar de volgeschreven bladzijden van papa en mama, van opa en oma en van de andere meisjes.
Hij las die van papa:

De meeste dromen zijn bedrog
Maar sinds jij op die zonnige voorjaarsdag vroeg in de ochtend bij ons gekomen bent
droom ik nog.

Die van mama:

Mijn schatje
toen je speelde in het badje
keek je mee met elk spatje –
dan naar mij, en ik had je

Ik had je in een rode band
Ik hield je dicht aan badjes’ kant
En zelfs de druppels op de rand
ving ik in mijn open hand

Die van oma:

Dat je veel geluk hebt
en niet teveel pech
dat is mijn wens
op jouw levensweg

Het leven geeft een gulle lach
soms ook moet je huilen
Maar wie altijd het zonnetje is
kan altijd ergens schuilen

Die van opa:

Streef altijd naar het beste
dan komt het allemaal wel goed
Wat God doet dat is welgedaan
zijn offer was het bloed.

Hij was de eerste jongen die in het boekje mocht schrijven, ontdekte hij. Hij vond haar wel leuk. Wat zou ze nu doen?
Met het liniaaltje en het potlood trok hij streepjes. Hé, de ruimte tussen de streepjes was veel te groot. Nu had hij maar drie regels. Toen hij het weg wilde gummen, kwam er een grote, grijze vlek op het witte papier. Bah, dacht hij. Hij scheurde de bladzij eruit en smeet de prop papier op de vloer. Nooit een poesiealbum met potlood beschrijven. Wat wisten moeders nou van poesiealbums? Niks dus.
Met zijn nagels en het liniaaltje maakte hij nieuwe streepjes.
Zo. Nu een rijmpje.

Toen wist hij niets.

Hij klikte met zijn tong en keek voor zich uit.
Hij vond de andere rijmpjes maar stom.
Hij at een sneetje brood en dronk een glas melk.
Hij hoorde zijn moeder zeggen dat hij het versje eerst met potlood moest schrijven en daarna overtrekken met pen. Dat vond hij ook stom.
Hij moest een versje hebben.
Hij zocht naar woorden die rijmden op andere woorden.
Hij kon al bijna met de voeten bij de vloer.
Hij dacht na en na en na en na en liet de pen tussen zijn vingers heen en weer gaan.
Hij moest zaterdag voetballen. Uit.
Hij had streepjes getrokken, zonder dat hij tekst had.
Hij keek door het raam.
– Meisjesdingen, pfff, zuchtte hij.
Hij moest straks weer naar school. Buiten regende het. Bah.
Hij dacht eventjes aan het pakje dubbele voetbalplaatjes. Vanmorgen was het nòg dikker geworden, het kleine elastiekje kon er bijna niet meer omheen.

Hij wist niets.

Hij vond de andere rijmpjes… stom.
Hij at brood en dronk melk.
Welk plaatje had hij ook alweer vier keer dubbel? O ja, die, dacht hij. O ja! dacht hij nog eens. En zijn pen vloog over het hagelwitte papier en het puntje van de tong volgde het. Toen plakte hij er een plaatje naast.
Voldaan sloot hij het boekje. Hij at zijn brood op en pakte zijn jas. Zijn moeder gaf hem een regenjas.
Toen deed hij de keukendeur open. In zijn hand had hij haar poesiealbum. Op het plein zou hij het haar stiekem teruggeven. Waarschijnlijk zou ze hem eerst lang aankijken en dan glimlachen van dankbaarheid.

Hand in hand
Kameraden
Hand in hand
Voor Feyenoord één
Geen woorden maar daden
Leve Feyenoord één.

Utjouwerij Bornmeer / Omslach: Gert Jan Slagter