De mei-column uit De Riepe, de straatkrant van Noord-Nederland

Pensionado’s

Ik was naar een strijkkwartettenmarathon gegaan. Ik hou niet van marathons, wel van strijkkwartetten, vandaar. De serie duurde vijf concerten en werd bezocht door veelal oudere mensen.

Oudere, keurige mensen, die geen onnodig lawaai maken en in de pauze genieten van een goed glas gratis wijn. Omdat ik graag een goed plekje wilde hebben, meldde ik me vroeg bij de toegangsdeur, waar ik keurig achter aansloot bij de doorgewinterde fans.  Op de avond van het tweede concert kwam er een mevrouw aangelopen. Ze had een mooie rode omslagdoek om haar schouders gedrapeerd en het haar in een keurige knot gedraaid. De mevrouw glimlachte vriendelijk langs mij heen en ging rustig voor mij staan. Ik greep niet in, want straks zou ik verwijten krijgen over de laatste wereldoorlog en de barricaden waarop zij misschien wel had gestaan, maar als marathondeelnemer was ik toch behoorlijk gepikeerd.

Terwijl ik bezig was met het verwerken van deze nederlaag, voegde zich een andere pensioengerechtigde achter mij. Koket tikkend met haar vintage laarzen begon ze geanimeerd te onderhandelen met de andere mensen in de rij over de beste zitplekken, ondertussen mijn privacyzone met handen en voeten betredend. Daarna huppelde ze heen en weer, vrolijk commentaar gevend op het warrige deurbeleid en de nadelen van vrije zitplaatsen.

Oogde de ene mevrouw dus als mysterieus en koelbloedig, de andere was meer schalks en ondeugend. Dat beloofde wat, voelde ik. Toen de medewerkster van de zaal aanstalten maakte om de deur te openen, bevond ik me meteen in een stoomblazende orgie van drangend ongeduld. Voor en achter mij werden er kookpunten bereikt, alle remmen gingen los.

U leest het goed: ik werd gesandwiched door twee pensionado’s. Toen het moment suprême daar was en de deur openging, nam de mevrouw met de vintage laarzen ook nog een enorme aanloop en wurmde ze zich vliegensvlug als tweede de zaal in.

Daar zat ik dus met mijn goeie gedrag. Op de derde rij, als willoos slachtoffer van twee keurig glimlachende dames. Ouderen zijn schurken, wist ik. Ze zijn een en al naastenliefde, maar menen er niks van. En waarom zou je voordringen als je de hele dag toch niks te doen hebt? Volgende keer zet ik mijn goddelijke lichaam er gewoon voor.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *