De juni-column uit De Riepe, de straatkrant van Noord-Nederland

WNONW?

Deze maand wordt het wereldkampioenschap voetbal gespeeld. Nederland doet niet mee en als we de analisten mogen geloven blijft dat voorlopig ook zo.

Ik heb een moeizame relatie met wereldkampioenschappen voetbal. Voor het toernooi van 1974 was ik te jong. Hoe vaak ik ook probeer me iets van dat fameuze dreamteam te herinneren, ik heb er niets mee.

Tijdens de finale van 1978 moest ik vlak voor de verlenging naar bed, zodat ik de nederlaag niet heb gezien. Jammer, want als ik was opgebleven had ik de door mij ontwikkelde ‘woef-miauw-techiek’ toegepast. Deze techniek bestond uit het loslaten van semantische aanvalsdribbels via de toen nog maagdelijke ether, iets wat we nu ‘hacken’ plegen te noemen. In simpele taal: als Nederland de bal had riep ik ‘woef, woef!’, om de tegenstander bang te maken. Wanneer de tegenstander aanviel, brulde ik keihard ‘miauw, miauw!’ om zo het aanvalsritme te verstoren. Ik was ervan overtuigd dat het hielp, want vaak was de tegenstander niet lang aan de bal. Later bedacht ik me dat ik juist vanwege deze techniek naar bed moest, iets wat mijn onzekerheid tijdens mijn volwassen leven nogal voedde. Ik heb ook nooit huisdieren gehad.

Tijdens de finale van 2010 was ik vreemd genoeg helemaal niet zenuwachtig. Alles was voorbestemd, meende ik, waarmee de nederlaag gewoon een kwestie van een scorende tegenstander was. Achteraf gezien was deze verstarring een geval van pure stress, want ik ben iemand die de televisie altijd bij de wedstrijd betrekt. Ik sla erop, druk mijn neus tegen het glas en kijk geregeld achter de kast om te zien of daar de bal ook is.

Moeizaam als het dus allemaal is, is het niettemin moeilijk te verkroppen dat we voorlopig buitenspel staan. Ik denk ook altijd aan de zin der zinnen, die nu overal weer opduikt. Wordt Nederland ooit nog wereldkampioen? Hij gaat over hopen tegen beter weten in, teloorgang en weemoed. Dit zijn niets anders dan drie variaties op ‘nee’, maar juist variaties maken het allemaal een beetje draaglijk. De woorden schuilen in je binnenzak, je koestert ze tot het einde van je leven. Een zin die daarom thuishoort in de poëziecanon. Ik pleit er zelfs voor om voor deze zin een standbeeld op te richten.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *