De junicolumn uit De Riepe, de straatkrant van Noord-Nederland

In sloot en plas

Als het gaat om de natuur ben ik echt een binnenmens. Ik kan bomen, struiken, bloemen en dieren nog net van elkaar onderscheiden, maar als ik deze afzonderlijke klassen verder zou moeten determineren kom ik niet ver. Met name dieren zijn lastig. Grofweg zijn er voor mij twee soorten: a. dieren die op en rond de boerderij leven (vogels, vissen, koeien, schapen, vliegen); en b. dieren die onbekend zijn. Dit zijn vaak dieren met relatief veel haar (spinnen, beren), juist weinig haar (leguanen, kikkers), scherpe tanden (krokodillen, piranha’s) of gif (slangen, kwallen). Het is in dit geval terecht dat onbekend onbemind maakt, want vreemde dieren die niet achter een hek staan jagen mij in hun viezigheid of roofzucht vrees aan.

Deze onkunde en afkeer is mij trouwens niet komen aanwaaien, maar zit in mijn bloed. Al op de lagere school had ik een hekel aan het toen zo modieuze projectonderwijs, met praktijkgerichte doe-activiteiten als nestkastjes bouwen, brandnetelthee drinken en blaadjes determineren. Bah.

Nu wil het geval dat ik de laatste tijd geregeld in een stacaravan aan de rand van een sloot vertoef. Was die sloot voor mij eerst een strook troebel water, gaandeweg begon ik het leven in en rond de plas als het ware te verkennen. De zwanen die tergend langzaam voorbij kwamen trokken in ieder geval steeds meer mijn aandacht, net als de in hun kielzog zwemmende meerkoeten. Ik kocht dan ook een verrekijker, een vogelgidsje en spitste mijn oren.

Ik weet niet echt wat ik zie, behalve dat het allemaal nogal gewelddadig is. Af en toe wordt de ogenschijnlijke kalmte met fors vleugelgeweld en snavelverheffing verbroken – een buizerd die een spreeuwtje snaait, een paar zilverreigers die in afwachting van vis en kikkers langs de kant staan, twee eenden die precies op hetzelfde moment opvliegen omdat ze zich bedreigd voelen.

De natuur is eigenlijk een enorme kijkdoos, waar je verder niet zoveel aan kunt doen. Een beroemd dichter beweerde eens: ‘De natuur is mooi maar je moet er iets bij te drinken hebben.’ Als huismens blijf ik dus lekker binnen en geniet ik van … eh … een kopje koffie. Of iets anders.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *