Maartcolumn uit De Riepe, de straatkrant van Noord-Nederland

Leesclub

Ik had met de leesclub afgesproken in een café om het gekozen boek te bespreken. Na de evaluatie gingen we iets anders bespreken. Nee, niet de gespannen relatie tussen Israël en Iran of het aankomende EK. Het ging over waar het boek ook over ging: ouders.
Ik zei dat ik vroeger op zaterdagochtend altijd alleen op het voetbalveld stond, omdat mijn ouders nooit gingen kijken. M. vertelde dat zijn ouders ook nog nooit zijn komen kijken als hij moest korfballen. A. deed best wel fanatiek aan volleybal, maar pa en ma schitterden in de sporthal door afwezigheid. N. had jarenlang gewaterpolood,  meestal zonder publiek. H’s ouders riepen alleen dat hij niet door het ijs moest zakken als hij ’s ochtends ging schaatsen.
We vroegen ons af of dit ook erg was. De afwezigheid van ouders bleef namelijk niet alleen beperkt tot sportwedstrijden. Niemand van ons is namelijk ooit naar school gebracht of uit de disco gehaald. Niemand hoefde ooit voor het donker thuis te zijn.
We staarden dus naar ons biertje, ieder met z’n eigen gedachten. Het bleef lang stil aan het tafeltje. We staarden namelijk ook naar het volgende biertje en het volgende.
Al werd er lange tijd niets gezegd, dit was het wel een belangrijk moment voor de leesclub. We ontdekten dat we iets hadden, iets gemeenschappelijks. Iets dat hoorde bij een generatie, iets wat je onafhankelijk van elkaar samen had meegemaakt. Elke schrijver van onze leeftijd zouden we vanaf nu een stuk beter begrijpen.
Maar we vroegen ons ook af of we niet zijn beschadigd. De pijn van een generatie kan immers chronisch zijn, dat hoor je maar al te vaak. Na het volgende biertje zei ik tegen de anderen: als de oorlog komt en als ik dan moet schuilen, mag ik dan bij jou? M. zei daarna: Als er een clubje komt, waar ik niet bij wil horen, mag ik dan bij jou? A. vervolgde: als er een regel komt waar ik niet aan voldoen kan, mag ik dan bij jou? N. respondeerde: en als ik iets moet zijn, wat ik nooit geweest ben, mag ik dan bij jou? H. zei: O, da’s goed hoor. Bel maar aan.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *